Hoe krijg je je kind aan de groenten?

Ik had een heerlijke ovenschotel gemaakt. En mijn zoon riep al dat het er geweldig en lekker uit zag zo in de oven. Dus ik in mijn enthousiasme: “Ja ziet er goed he? Wil je weten wat erin zit?”

Het antwoord was luid en vooral duidelijk: “Nee mama. Nu niet. Kan je daarmee even wachten tot we het op hebben? Anders lusten we het niet meer en is al je werk voor niks geweest!”

Slimme jongen. Soms moeten moeders beter luisteren naar hun kinderen dan eten ze meer en vooral meer (groenten) vitamientjes. Want de ovenschotel zat vol met:

Babyspinazie, broccoli, rode uien, knoflook, pasta, kaas, gehakt, bio tomatensaus, basilicum en ham. Als ze dat hadden geweten, hadden ze inderdaad niet willen eten.

  • 300 gram gehakt
  • 2 kleine rode uien
  • 3 teentjes knoflook
  • 400 gram babyspinazie
  • 1 grote broccoli
  • 200 gram kaas
  • 1 pot bio tomatensaus, met basislicum erdoor
  • Paar plakken ham
  • 400 gram pasta

Gehakt met knoflook en uitjes gaar bakken. Van het vuur halen en de tomatensaus erdoor roeren. De broccoli en de babyspinazie in 3 minuten beetgaar roerbakken. De pasta gaar koken. Alles in een met olijfolie ingevette (rechthoekige) ovenschaal doen. Beetje door elkaar roeren. Ham in kleine reepjes erbij doen. Kaas in kleine stukjes erdoor of je kan ook pastakaas gebruiken als je dat lekkerder vindt. De bovenste laag bedekken met een flinke laag kaas. (200 gram is dus een schatting, je kan zelf meer of minder kaas doen)

Ongeveer 25 minuten in de voorverwarmde oven op 180 graden Celsius. En…..smikkelen maar. Je kan er eventueel nog een extra salade bij maken of wat het ook altijd goed doet hier zijn komkommertjes, reepjes paprika en cherry tomaatjes in een bakje om extra te knabbelen. Eet smakelijk!

Kinderlogica over een rok

Rok of…

Ik loop in een zwierige, bloemige, lange rok…

Als de wind waait, wappert mijn rok…

Als ik de trap afdaal, ruist mijn rok achter me aan…

Heerlijk dat gevoel. Dat bohemian gevoel. Dat dromerige.

Tot ineens….er keihard geroepen wordt:

“Mama! Wat gaaf! Die rok van je. Als het ooit weer oorlog wordt, kan je er gordijnen van maken! Goede zet van je mama!”

 

Later als we groter zijn, of nu?

Worden

Wat wil je later worden? Is een veel gestelde vraag van volwassenen aan kinderen. Dat begint vaak al op de peuter of kleuterleeftijd. Ik wilde als kleuter naast brandweervrouw ook ballerina, kapster, juf en professor in een witte jas met zwarte bril worden.

Kapster zette ik gauw opzij. Ik was 4 jaar en had de haren van mijn opa geknipt. Dat hij dat toeliet vind ik nu nog ongelooflijk moedig. Want nadat ik klaar was, had hij overal plukken haar op zijn hoofd met ook overal kale plekken.

Tegen de tijd dat ik bijna 5 jaar oud was, wist ik het zeker; ik wilde mama worden en in Indonesië gaan wonen. Dat vertelde ik iedereen. Later als ik groter ben….Toen ik negen was, wist ik zeker dat ik Rechter zou worden en zo niet dan werd het Psycholoog. Mijn gedachten over welk beroep ik zou uitoefenen wisselden tot ik afgestudeerd was als bestuurskundige.

“Alleen maar mama”

Ik weet nog goed dat mijn mentor mij feliciteerde met het behalen van mijn Bachelor titel en vroeg: “Wat ga je nu worden?” Dat was net zo’n vraag als toen ik 4 was, wat wil je worden, wat ga je doen als je groot bent. Ik zei: “Ik ga op vakantie. Ik wil trouwen en mama worden. Voor de rest gewoon een leuke baan en wat ik ga doen als beroep dat zie ik wel wat er op mijn pad komt.”

De man viel bijna van zijn stok af, want zo zei hij, het was toch onmogelijk dat ik ‘alleen maar’ moeder wilde worden na een complete studie te hebben gedaan. Dan had ik immers niet hoeven te studeren als ik dit alleen maar wilde!

Wat wil je worden? Staan we er wel bij stil wat die vraag voor effect heeft? Wat leren we onze kinderen? Dat ze iets of iemand moeten worden. Dat ze iets moeten bereiken. Dat het leven anders niet waardevol is. Dat je als je gestudeerd hebt je ook carriere moet maken, dat je het dan pas ver geschopt hebt. Dat het pas zo is als je het grote geld binnen haalt. Een status hebt waar iedereen tegenop kijkt. En wanneer je niet die ambitie hebt, je ook niet hoeft te studeren. Dat je studie alleen nodig is om wat of iemand (anders) te worden?

Wat zeggen we daarmee? Wat zegt dat over de verwachtingen die we hebben van onze kinderen, van hun toekomst en van de toekomst van onze wereld? Bovenal wat zegt dat over ons? Over onze eigen verwachtingen van ons leven? Hoe staan wij in het leven en wat geven we daarvan door?

Begrepen

Begrijp me niet verkeerd. Ik ben heel erg voor om je talenten te benutten en jezelf uit te dagen. Om keihard te werken en door te gaan. Om niet op te geven. Ik geloof ook dat als je iets wilt doen, het je ook gaat lukken of je een manier vindt. En ik vind zeker dat als je de kans hebt, je moet studeren. Om jezelf te ontwikkelen en je kansen in de wereld te vergroten. Maar dat kan op veel verschillende manieren.

Hoe jong mijn kerels ook waren ze hadden het beter begrepen dan toen ik 5 jaar was. Een paar jaren geleden namelijk kreeg mijn jongste ook de vraag: “Wat wil je later worden? Zeker politieman of brandweerman?”

Zijn antwoord was heel treffend: “Ik ga gewoon studeren waar ik goed in ben en gewoon werken. Ik blijf mezelf. Ik hoef niet ‘iets’ te worden, want ik ben al iemand.” De mevrouw die de vraag had gesteld, hield haar mond mooi open van verbazing. Mijn oudste vroeg haar direct:

“En trouwens mevrouw…..wat wilt u later worden?”

Van dinobakster tot frikandellenbakster

Koken

Koken is niet mijn allerbeste talent. Ik kan best wat koken. Water, rijst, groenten….een eitje is al wat ingewikkelder. Want hoeveel minuten moet het nou koken, en tel je vanaf dat het water kookt of vanaf dat de eieren in de pan gaan. Als je dan de eieren in de pan doet, gaan er standaard een paar direct stuk.

Roerbakken is dan toch wel mijn favoriete manier van koken. Olie erin, knoflook, uitje, hier moet je oppassen dat je niet te veel olie hebt. Het vuur niet te hoog staat, want anders is alles aangebrand. Hop, groenten erin en roeren maar. Het heet ook roerbakken, dus roeren moet je ook doen, dacht ik zo. In mijn begin 20 en 30er jaren ging dat roeren wat wilder en vloog alles vaak de pan uit. Er lag meer naast de pan en zelfs op de grond dan dat er in de pan zat.

Pannenkoeken bakken kan ik wel als de beste met twee pannen. Van die hele dunne, heerlijk. En cake bakken dat gaat ook heel goed. Of een quiche maken en lasagne. Dat is allemaal zo makkelijk. Behalve bij de pannenkoeken, is het gewoon alles in een kom gooien, roeren, in een vorm gieten en in de oven bakken. Klaar!

En gewoon pasta koken is ook vrij makkelijk. Mijn jongste zei al: “Mijn mama kan goed koken. Het lekkerste wat ze maakt is pasta met kaas erover en cherry tomaatjes.” Blij dat mijn kookkunsten gewaardeerd worden.

Dinovlees

Slavinken zijn ook zo’n moeilijkheid. Die moeten volgens de aanwijzingen op de verpakking ongeveer 20 minuten garen. Twintig minuten! De buitenkant is tegen die tijd pikzwart en de binnenkant nog super rood. Daar had ik wel een oplossing voor…hakken….Gewoon hakken in de pan. Hoppa in stukjes en roerbakken maar. Niks 20 minuten, 10 waren ook goed en niet aangebrand. Goede oplossing. Ik dacht als je het eet dan blijft het toch ook niet heel?

Een tijd geleden had ik beeflapjes. Daar stond op a la minute. En op de aanwijzingen stond 2 minuten bakken. Ik dacht 2 minuten dat kan niet. Vlees moet goed gaar zijn. Echt goed gaar. Dat wordt het niet in 2 minuten. Dus ik bakte ze in 8 minuten bruin. Op het moment dat we een hap namen, hoorde ik ineens: “Zo hallo! Mama! Eten we vandaag dinovlees ofzo? Dit ding is keihard. Het lijkt wel 300 miljoen jaar oud!” Zucht…vandaar dat het a la minute heet.

Blikvoer

De volgende dag dacht ik: laat ik dan maar corned beef uit blik klaar maken. Dat vond ik als kind altijd zo lekker. En wat kan er nou mis gaan? De kinderen zagen mij het klaar maken en na de dinovlees ervaring van de vorige dag waren ze extra alert geworden. Dus ik was nog niet eens begonnen of ik hoorde: “Mama! Nee toch dat meen je niet? Eten we vandaag kattenvoer uit blik?”

Uiteindelijk de dag daarna heb ik maar frikandellen gebakken met frietjes. Gelukkig ging dat wel goed en viel dat ook nog eens in de smaak! En het compliment was: “Mama! Je bent de beste frikandellenbakster van de wereld!”

(Ik moet nu alleen een andere specialiteit vinden, want frikandellen zijn hier in Kuala Lumpur (nog) niet te krijgen)

Till you find your dream

 

De fiets

Nu we op een berg vlakbij een stadspark wonen, leek het ons ook fijn om de fiets weer te hebben. Dus na 2 jaren hadden we toch besloten om de fietsen over te laten komen vanuit Nederland. Eindelijk hadden we de mogelijkheid om ook hier op de fiets te springen en boodschappen op de fiets te doen. Mijn multi purpose bike met krat aan het stuur en met het al 7 jarige kinderzitje achterop arriveerde na 6 weken boottocht samen met de andere fietsen van de kinderen en man. Wat gaaf! Eindelijk mijn fiets terug. En daarmee voelde het ook als een stukje van mij.

Boodschapen

Zo. Eerst het kinderzitje eraf gehaald. Zoveel boodschapen zou ik nou ook niet doen en al die extra kilo’s maakten het zwaarder om vooruit te komen. De eerste boodschappen zou ik wel even op de fiets doen. Hop naar de winkel. Wat fruit, wat brood en een mega voordeel pak wc papier. Boodschapen voor in de krat en dat pak wc papier gewoon achterop vastgebonden onder de snelbinders. Fietsen maar!

Fietsen. Op de stoep wel te verstaan. Stoep op en stoep af. Oef! Die fiets is zwaar om 30cm hoge stoepranden op en af te tillen. Wie bedenkt dit dan ook? Ik werd wel een beetje gek aangekeken. Nou ja…een beetje? Dit zijn ze hier niet gewend. Dat iemand op de fiets boodschappen doet. En het minste zijn ze eraan gewend dat je openlijk je wc papier achterop de fiets hebt gebonden. Ze zouden het hier tenminste met een stuk plastic bedekken. Onderweg kwam ik een paar mensen tegen en die bleven kijken. Als er al boodschappen op een fiets worden vervoerd dan wordt dat door een maid of schoonmaker gedaan.

Ik was al aardig gefrustreerd geraakt van de stoepranden en het tillen van mijn fiets in 40 graden hitte. Dus ik riep: “Yes, hello. Good morning! Here she comes. Here comes madam European style with extra toiletpaper.” Ze wisten niet hoe snel ze de andere kant op moesten kijken. Want behalve een beetje apart vonden ze me nu ook vast onbeleefd.

De berg

Na de zevende stoeprand in 10 minuten zou er geen meer zijn tot onze woonwijk. Gelukkig. “Dan kan ik tenminste aan een stuk door fietsen naar huis”, dacht ik. Ja, dat dacht je maar. Die stoepranden waren niks vergeleken bij de voor me liggende berg. Vanuit de auto niks meer dan een heuvel. Zo onderaan staande, met je volle krat voorop je stuur, een ware berg.

Alhoewel ik weet dat er mensen zijn die bergen beklimmen en deze berg zien als niet meer dan een hobbel. Maar ik kom uit een vlak land. Met rode fietspaden. Waar de brug af sjezen al aardig hard gaat. En de brug op fietsen met kinderen en boodschappen je toch echt in de eerste versnelling doet en al helemaal als je tegenwind hebt. Ok. Die berg stond er al. Dat was een feit. Dat ik de berg niet fietsend op kon komen ook.

Find your dream

Lopend dan maar. Met een multi purpose bike van 26 kg. Een krat vol boodschappen. Een mega pak wc papier achterop. Duwde ik dat hele gevaarte bij elkaar de berg op. Dit was niet mijn beste plan. Het was ook de laatste keer dat ik dit deed. Inmiddels kunnen de kinderen al wel de berg op fietsen. Achterom kijkend naar mij roepend: “Hey mammie, waar blijvie nou? Je wordt al oud mammie, hup hup hup tempo….gna gna gna…”

Bekijk het ook maar met die berg. Als het dan niet lukte dan moest ik er maar wat vrolijks van maken. Dus ik zong: “Daar boven op de berg, daar woont een Indiaan…” En precies op dat moment liep er een man uit India voorbij. Hij keek mij vreselijk boos aan. Oh jee, dat heb ik weer. Die dacht natuurlijk dat ik hem bedoelde.

Dan maar een ander liedje. Eentje die beter paste. Elke keer als ik nu de berg op moet, lopend of fietsend dan zing ik:

“Climb every mountain….Ford every stream….Follow every rainbow….Till you find your dream.”


Liefde in de lucht of in je hart?

 

Iets nieuws in de lucht

De witte mist boven de velden. De roze wolken in de blauwe lucht. Het licht aan de horizon. Er hangt iets in de lucht. Een verandering. Iets nieuws. Iets prachtigs. In de stilte van de dag voel je de vreugde en de inspiratie. Een moment dat liefde brengt. Je omringt met de eerste prille zonnestralen. Er wacht iets om te beginnen op het juiste moment.

Het begin van de lente! De lente? De lente, welke lente? Oh, twaalf maanden durende zomer, je hebt mijn vier seizoenen gestolen. Mijn liefdevolle lente is overgegaan in  een jaar lang zomer.  De hemelshoge, brandende tropenzon heeft de bevrijding van de winter verdreven. Twaalf maanden durende zomer heeft haar plek ingenomen. Waar is de liefde in de lucht?

Wat een gemiep hoor ik je denken. Want is dat nou zo erg dat je geen koude winter meer hebt, geen frisse lente en geen gure wind in de herfst? Om eerlijk te zijn, mis ik de kou ook niet. Ik mis het niet dat ik vier lagen kleding aan moet, kniekousen, gevoerde laarzen, muts, wanten, twee sjaals en dan ook nog je gewone kleding met een jas. Zodat je amper nog kan bewegen en het daardoor ook koud krijgt. En dan de tijd die je nodig hebt om alles aan en uit te doen. Gemiddeld een half uur extra. Dat maal 3 met twee kinderen.

Lange zomer

Dus dat is duidelijk. Dat mis ik niet. Een jaar lang zomer klinkt ook geweldig, maar soms ben ik hier de maand van het jaar gewoon kwijt. Ik moet soms echt in mijn agenda kijken om weer even bij de tijd te zijn. Ik leefde in Nederland namelijk zo op de jaargetijden gekoppeld aan de maanden en het weer. Elke dag ziet er hier qua weer redelijk hetzelfde uit. Dat geeft op sommige momenten het gevoel dat het jaar een lange, lange, lange dag duurt.

Kerst viel bijna mijn hele leven in de winter. Ik was jarig aan het einde van de winter. Pasen viel aardig in de lente. Noem maar op. Nu is alles verplaatst naar de zomer. Tja….dan zie je de kerstballen hangen aan palmbomen in de volle zon, met nepsneeuw en een dikke pluchen santa eronder. Het eerste dat ik dan denk is: “Huh? Hoe kan dat nou, ze zijn steeds vroeger elk jaar. Het is toch nog zomer?” Om direct daar achteraan te denken: “Oh nee, dat is waar ook, we zijn in de tropen. Hier is het altijd zomer. Het is al september.”

De lente

De lente. Het is niet alleen een seizoen. Het is ook een ritme van leven, of eraan gekoppeld. Hier in de lange zomer een nieuw ritme te vinden is na drie jaar aardig gelukt. Een jaar lang zomer geeft ook een stabiel gevoel, er veranderd immers weinig. Altijd in korte broek of jurkje en op slippers is ook niet verkeerd. En als het allemaal toch niet klikt op sommige momenten…..dan doen we gewoon de airco heel koud, sokken aan, gordijnen dicht, warme chocomelk en een deken op de bank.

Bewust

Dat mijn vier seizoenen zijn gestolen door de tropische zomer heeft mij nog bewuster gemaakt van de kleine dingen om mij heen. Ik ben dankbaar voor de 12 maanden durende  zomer. Ik omarm met vreugde de blauwe tropische luchten, de zeer zware, dreigende onweerswolken, de wuifende palmbomen en de bergen om me heen.

En drie maanden van het jaar draag ik de lente in mijn hart. Om de rest van het jaar in de zomer de Liefde van een nieuw begin, de mooiste Kracht van de Lente, door te geven aan een ieder.

LOVE is in the air as long as it is in your HEART!

Beesten

 

Beesten

Als je in de Tropen woont, heb je last van andere beesten dan in Nederland. Mijn man zegt dat beesten dieren zijn in het wild, zoals olifanten, leeuwen en beren. Die in de jungle wonen of in de woestijn. Grote, wilde dieren, zegt hij. Nu is Kuala Lumpur een grote jungle geweest. En voor mij ziet het er dagelijks uit als een jungle,maar dan met ander soort beesten en mensen. In mijn woordenboek zijn een mier, een spin en een vliegje beesten. Dus als ik iets zie kruipen over de vloer, een ieniemini miertje dan gil ik al: “Ah! Een beest!” In het begin kwam hij (mijn man en niet dat beest) dan supersnel aangerend om mij te redden van het bewuste dier. Mijn held.

Tjitjak

Op een zaterdag ochtend had ik een uurtje tijd voor mezelf. Dat wil zeggen van 6 uur tot 7 uur in de ochtend. Heerlijk een uurtje in stilte als iedereen nog slaapt. Lekker  wakker worden. Echt even me-time. Ik zette mijn koffie en ik warmde een havermout pannenkoek op in de magnetron. Terwijl die aan was, hoorde ik de roep van de tjitjak. (Een soort mini salamander die de muggen opeet) Ik hoorde hem wel heel dichtbij en deed het geluid na. Waarop die tjitjak weer antwoordde. Grappig dacht ik, wel raar, want zijn geroep klonk wel dichtbij, maar ook een beetje gesmoord.

Ah fijn. Mijn pannenkoek was klaar en ik liep naar de magnetron. Precies op het moment dat ik de deur van de magnetron open wilde doen, hoorde ik de tjitjak luid en duidelijk  roepen. Ah! Nee! Zal toch niet? Ik durfde de magnetron niet open te doen. Ik spurtte naar zolder. Ik maakte mijn man wakker (let wel, het was 6.10u in het weekend) en riep: “Schat! Kom! Snel! Ik denk dat ik een tjitjak heb gebakken in de magnetron. Snel. Kom. Help. Het roept nog.”

Uiteindelijk bleek dat dat beest achter de magnetron zat. En toen mijn man de magnetron wegtrok, schoot het omhoog achter de keukenkast. Ik schoot ook omhoog de lucht in van de schrik. Ik heb daarna toch wat voorzichtig mijn pannenkoek opgegeten. Tijdens mijn me-time was ik in elk geval niet meer alleen.

Grasshopper

Op een ochtend kwam ik terug van school. Ik ging naar de keuken. Ah! Nee! Er zat een grasshopper, een sprinkhaan op het keukenraam. Gelukkig zat het aan de buitenkant. Maar jee, dat was al eng genoeg voor mij. Hij zat onder een afdak, dus dat arme beest zou de weg naar de bomen of het gras niet meer kunnen vinden. Ik wilde niet dat hij daar bleef. Dus ik vroeg mijn man weer om dat beest even weg te halen en aan de overkant te gooien in het gras en bij de bomen. (niet bij de buren) Maar hij moet na al die jaren schoon genoeg hebben gekregen van al die beesten opruimwerkzaamheden. Dus hij zei ja, maar ging gewoon weg naar het werk.

Een kwartier later hoorde ik een motor aankomen en er werd aangebeld. Daar stond een guard. Dat is raar die komen meestal als je ze hebt gebeld, er wat aan de hand is of je op de panic button hebt gedrukt. Ik deed de deur open en hij salueerde. (de guards die hier werken zijn militairen uit Nepal)

“Morning mem! Your husband called us. I’m here to safe mem. Where is the beast?”, zei hij. Oh hemeltje. Ik bracht hem naar de grasshopper en wees ernaar. Ik kon nog net bibberend uitbrengen: “There you see, very, very, very scarry.” Hij glimlachte wat en vroeg nonchalant: “Oh la mem, have tissue?”

Een tissue was alles wat deze militair vroeg! Een tissue. Ik bracht hem een hele box. Hij pakte er maar 1. En pakte de grasshopper, liep naar de overkant van de straat en gooide hem weg. Liep terug naar het huis salueerde weer en zei: “That’s all mem? No more beast. Mem now safe. Next time I come again to safe mem.”

Waar zou ik toch zijn in deze jungle zonder deze Nepalese militair?

De snelweg is geen snelle weg

Regen

Hier in KL heb je vaak tropische regenbuien. Daar is een lekker fris Hollands buitje niks bij. Hier kan het binnen 3 minuten blank staan. Alsof er een megaschip boven je komt varen die in 1 seconde haar luiken opent. En daar een paar containers water uitstort. Zodra het grote druppels begint te regenen, kan je beter binnen 2 seconden binnen zijn of ergens schuilen. Want naast de hoeveelheid water, komt er ook meestal een felle onweersbui mee. Die wanneer je bijvoorbeeld in het zwembad ligt, dodelijk kan zijn. Zo, nu snap je de ernst van een tropische regenbui wel een beetje.

De straten staan al snel blank, je ziet het water gewoon stromen. Van de bergen recht naar beneden op straat, op de snelweg. De goten zijn hier daarom ook diep, de stoepranden een reuzenstap hoog, om al dat water weg te kunnen laten stromen. En ondanks dat lijkt soms niks opgewassen te zijn tegen een hevige regenbui. Als we te maken hebben met droogte dan is het water ook gewoon weer binnen 20 minuten weg, de weg compleet opgedroogd.

Afstand

Normaal gesproken is het verkeer hier al erg druk. En doe je gemiddeld over 5 km zo’n 25 minuten met de auto. Ik fietste in Nederland 8 km in 35 minuten, ja ik ben een relaxte fietster die geniet van de dingen om haar heen dus zo rap hoeft niet. Immers het leven gaat al zo snel voorbij, dus moet je juist de tijd nemen om rustig om je heen te kijken. Maar als je dan in de auto nog langzamer gaat dan op de fiets, krijg ik wel de kriebels.

Nu even terug naar die regen. Als het hier regent dan rijd je dus niet. Dan sta je stil. En ben je blij als je 17 km aflegt in 2 uren. Want dat is dan de gemiddelde tijd bij een gemiddelde regenbui. Ik raak ook altijd een beetje in de war als men in Nederland de vraag stelt of het werk van mijn man dichtbij huis is. Dan zeg ik: “Ja, 17 km.” En dan denkt men dus dat dat lekker dichtbij is. 17 Kilometer is ook niet ver. Maar 17 km duurt bij normaal verkeer 40 tot 45 minuten en bij slecht weer of op een drukke dag 1/5 tot 2 uren. Dus het gevoelsmatige begrip “ver” heeft hier eigenlijk niks te maken met afstand, maar met de tijd.

Snelheid

Gelukkig hebben wij een driver. Dat scheelt enorm in de stress tijdens het rijden en geeft ons de gelegenheid om in de auto nog te werken of te lezen. De man is ook niet gestrest en rijdt rustig door. Soms mag er van mij wel wat meer pit in zitten, maar ok, ik rijd dan ook niet.

Een keer zaten we ineens in een hoosbui op de snelweg. Binnen no time stond het vol met auto’s. Ik verwonder me telkens waar al die auto’s zo snel vandaan komen. Want eerst rijdt je nog rustig en hop een beetje boel regen en hop er zijn gelijk een beetje boel auto’s. Goed. De meeste hebben geen lichten aan en doen die ook niet aan als het regent en je dus slecht zicht hebt. Dan is het extra oppassen geblazen. Bovendien kunnen van links en rechts motoren komen die overal tussendoor piepen. Of men maakt van een tweebaans weg een driebaans.

Met een flinke plas water die met enorme kracht op je ruit stort, heb je dus bijna geen zicht. En langzaam rijden is dan een verstandige keuze. Alleen als je door kunt rijden dan moet je wel rijden, vind ik. Mijn driver denkt daar iets anders over.

We rijden 30 over de snelweg met een flinke hoosbui. Voor ons is de weg niet heel druk, dus ik vraag me af waarom deze man niet gewoon gas geeft. Want ik denk dat hij best 50 kan rijden. Kennelijk voelt hij mijn verbazing, ongeduld en onbegrip en zegt:

“Madam. I drive 30. Because Madam. Better slow and safe than fast and death. Is that ok by you Madam, I drive slow and safe. Or Madam wants me to drive fast and death?”

(met veel respect voor mijn driver: I just sit back and relaxe…)

To mop or not to mop…

De eerste

Onze eerste maid was aardig en ze deed haar werk best goed. Ze had zelfs toen ze net begon haar eigen mop meegenomen. Ja ach, later kwam ze weleens te laat. En soms moest ik wat meer aanwijzingen geven hoe schoon het echt moest zijn, maar dat gaf niet. Toen zei ze van de een op andere dag dat ze niet meer kwam. Ze ging een warung (eethuisje) beginnen. Heel leuk voor haar, iets minder voor ons. Ze had voor ons al een vervangster gevonden met ingang van volgende week, dus de volgende keer. Ik was even overrompeld, want wilden we wel een vervangster, en zo ja wie dan? Ze had al zo haar best gedaan iemand te vinden, dus ik dacht laten we het maar proberen.

En de volgende week stond haar moeder voor de deur. Die ging gelijk stevig aan de slag en maakte als een dolle mina schoon. Brandschoon. Blinkend schoon. Geweldig! Ze gaf er ook commentaar bij dat haar dochter beter die warung kon beginnen, want goed schoonmaken kon ze niet. Dat was wel te zien aan hoe vies het huis was en aan de hoeveelheid stof die er op de plinten lag. Nee, deze mama deed het vele malen beter. Er moest een nieuwe mop komen en alles werd ook opgeruimd. (eh… ik had toch al opgeruimd op mijn manier) In elk geval waren we in het begin dik tevreden.

De tweede

Daarna ging het elke keer een beetje minder. Dan was 1 douche niet gedaan. Of een wc, ze sloeg het stoffen over, het fornuis was nog vies of het stof lag allemaal  onder het bed geveegd. Er was elke keer wel wat anders dat niet goed of niet volledig of helemaal niet gedaan was. Daarnaast kwam ze ook nog vaak te laat of ze was  “vergeten” te komen.

Ze deed alsof ze geen Engels verstond of sprak. Ze sprak Indonesich-Maleis tegen mij. En verwachtte ook dat ik dat tegen haar sprak. Maar wanneer mijn man met haar in het Engels sprak, wist ze heel goed te antwoorden! En begreep ze wel waar het overging. Om micommunicaties te vermijden hield ik het bij het Engels met een Indonesisch woord ter aanvulling. Maar jeetje, ze reageerde gewoon niet als ik iets zei. Niks. Geen antwoord of amper een antwoord. Wanneer ze wegging zei ze tegen mij alleen: “Text la. Next la. When la. Time la. Bye la.” En foetsie was ze.

Rum

Nu noemde ze zichzelf Rum, een afkorting van haar voornaam. Wat je uitsprak als R-oe-m. Maar het zit niet in mijn Nederlandse taal-systeem om de u als oe uit te spreken. Dus ik had daar veel moeite mee en noemde haar gewoon rum. Wat ik dan gauw corrigeerde in ehhh….roem roem. Elke keer als ik haar naam zei dan dacht ik aan een fles rum. Die ik wellicht nodig had na afloop als ze was geweest of die zij misschien had verorbert, spookte het weleens door mijn hoofd.

Dat arme mens was al op leeftijd en misschien was dit werk haar gewoon te zwaar. Heeft ze geen keuze en moet ze wel werken voor het inkomen. Ik had met haar te doen. Dus uiteindelijk zei ik zo min mogelijk als het niet helemaal af was. Dan maakte ik dus als ze was geweest zelf hier en daar nog een keer schoon!

Relax

Een keer had ze een badkamer overgeslagen en we vroegen haar heel Hollands waarom ze dat niet had gedaan. Want ook heel Hollands gedacht; als je de reden achter iets weet, kan je er begrip voor opbrengen. Het is alleen hier veel te direct en dat legt men vaak uit als grof en onbeleefd. Dus het antwoord was ook geheel afgestemd op de vraag. Waar wij dachten een excuus te krijgen of een eenvoudig “Sorry, vergeten ik zal het nu wel doen”, kregen we dit: “Ya, today Satday la. Is my relax day. So Rum not working all. La.”

In de maand van het jaarlijkse vasten, belde ze rustig op om mede te delen dat ze tijdens deze maand om de dag werkte. En dus kwam ze niet twee keer per week, maar alleen maar een ochtend. Ze deed niet alles, maar alleen de vloeren en de badkamers de ene keer wel en de andere keer niet.

Mop

Dit pakte ik dus verkeerd aan. Ik was natuurlijk veel te soft. En hield enorm rekening met haar en de tijden dat zij kon werken. En dan gebeurt er zoiets als dit: ineens hoorde ik uit de gang een geroep.  “Mem! Two mop broken. Phienis la. I mop phienis la. You bye. You bye bye mop phienis la. See you sabday.”

Ik: “What? I don’t understand. You were mopping the floor and had to go to the washroom? Why do you say bye. You still have left one hour of work?” Ik dacht dat ze zei dat ze moest piesen tijdens het moppen. En hoezo zei ze al dag.

“No mem, I mop pinies la, broken. Two la. You buy. Next sabday new la. Ok you buy this week. You buy! Bye” Krijg nou wat! Ze gaf mij opdracht om een nieuwe mop voor zaterdag te kopen.

“So you come on Saturday?” Vroeg ik haar. Waarop ze als gewoonlijk antwoordde: “You text me la.” Oh nee dacht ik, nu niet. Mijn weinige geduld begon aardig op te raken. Dus ik zei: “No, can you come or not, Saturday 8 o’clock?”

“Oh you mean Monday la? Oh Sunday la. You text me la.” Riep ze vrolijk. Oh nee, adem in, adem uit. Zucht. “No Rum, I mean Saturday 8, yes or no?” zei ik nu toch wat ongeduldig.

“Ah, mem, Sunday or Monday la?” (Niet boos worden. Lief blijven lachen. Kalm blijven. Ademen) “No Sunday, no Monday, Saturday 8 yes.” zei ik in heel simpel Engels. En ze reageerde lachoniek: “Oh….mem Saturday 9 la. Can. Bye”

Nu maar afwachten of ze komt op de juiste dag, de juiste tijd en niet alle drie de dagen.

Hitte of kou aan de andere kant van de wereld

Kou

In de tijd dat we nog in Nederland woonden, gingen we altijd op de fiets of lopend naar school. Door de regen, wind of sneeuw dat maakte niet uit. Gewapend met regenkleding of dekens achterop de fiets. En dat was niet altijd leuk. Dus had ik het volgende bedacht. Als we dan door de natte kou heen moesten riep ik altijd tegen de kerels: “Beeld je in dat je op een tropisch eiland bent. Liggend op een wit strand. Onder een wuifende palmboom. In de hete, brandende zon. Houd wel je ogen open. Voel de hitte. Voel de zon. Hoor de zee ruisen. Zie de blauwe lucht.” En dat ging zo nog wel even door. Menig persoon die we tegenkwamen, keek mij raar aan. Mijn stem is immers niet zacht. En ik zong bijna alles wat ik zei. Het fietsen ging zo een stuk sneller. Tegen de tijd dat ik klaar was met mijn  gepraat over tropische eilanden en hete zomerluchten waren we al bij school. Dan zeiden de kerels altijd: “Nou, mama iedereen is verkleumd en door en door nat, maar wij hebben tenminste de echte hitte gevoeld.”

Hitte

Ok, dat was de ingebeelde hitte in Nederland. We hadden toen nog niet kunnen bedenken dat we nu echte tropische hitte mogen ervaren. De hitte hier in Kuala Lumpur is ondraaglijk soms. Zeker de laatste twee jaren. Sommige thermometers geven vaak 35 of 37 graden aan. De weer app gaat nooit hoger dan 30 voor zover ik in de drie jaren hier heb gezien. Ik stel voor dat de mensen hierachter eens bij ons in de tuin komen meten. Want het is minimaal 40 graden vaak en dan wel in de schaduw. Ik kom hier niet mee weg met mijn verhaaltje over ingebeelde hitte op een wit strand. We verlangen hier vaak naar kou. En dan wel de echte frisse, koele lucht.

We liepen een keer van school naar huis. Op weer zo’n vreselijk hete en vochtige middag. Met strakblauwe lucht. (Waar zijn toch de wolken als je ze nodig hebt?) En een felle, brandende zon. Je ziet dus ook bijna niemand lopend. Of lopend zonder plu. Want de plu wordt hier gebruikt om zowel de regen tegen te houden als de zon. Dus iedereen die lopend is, heeft zo’n ding mee. Iedereen, behalve…..ja precies….ik en wij. Het zit niet in mijn natuur der gewoonte om bij een strakblauwe hemel middenin de zomer een plu mee te nemen als ik naar buiten ga. En dus smelten we weg. Dragen we de tassen boven onze hoofden tegen de zon of lopen we zo dicht mogelijk langs de tuinrotsen van ons complex in de schaduw. Maar zelfs in de schaduw smelten we nog weg. Als we geluk hebben staat er wat wind of een harde wind. Dat scheelt een beetje. Jammer dan weer dat die wind net een lauwwarme haardroger blaast, maar ok, beter dat dan geen wind.

Noordpool 

Nee, met mijn mooie tropische ingebeelde witte stranden in de brandende zon zouden we het alleen nog maar warmer krijgen. Niet zo’n goed idee, dus ik zei aan de kerels: “Denk aan de Noordpool! Aan al dat vreselijk koude ijs. Aan ijsbergen. Aan de ijskoude bevroren zee. Aan sneeuw. Aan een sneeuwstorm. Voelen jullie die koude wind?”

“Nee, mama, dat is het slechtste idee ooit. Echt kun je nou niks beters bedenken dan dit?!!”, riepen ze uit: “Als we daaraan denken krijgen we het stikheet echt vreselijk smoorheet! Want er zit op de Noordpool een ijsbeer achter ons aan en dus moeten we keihard rennen voor ons leven. Daarom krijgen we het nu ook nog stik-heter! Je wordt bedankt mama!”