Natural Christmas decorations

Vanaf mijn 27e zag ik mijn eerste echte grijze haren. Toen vond ik het vreselijk. Dus camoufleren die boel! Wat een gedoe. Ben je net blij met je mooie kleur, binnen 2 weken gaat het al uitgroeien. Schiet toch ook niet op. Grijs, grijs, grijs.

Inmiddels ben ik meer dan een decade verder en heb vrede gesloten met mijn grijzer wordende haar. Ik vind het eigenlijk wel wat hebben zo. Het glinstert ook mooi. Bovendien ben ik helemaal weg van de kleur grijs. Vroeger was het allemaal zo zwart-wit, nu dansen we er tussen in.

En de kinderen vinden het ook geweldig. Vooral toen ik de kerstboom ging versieren. Tja…toen joelde er ineens eentje door de kamer heen:

“Mama! Wat gaaf! Jij hebt zilver in je haar. Je bent matching met de kerstboom en nog ecologisch ook. Totally natural Christmas decorations!”

Merry Christmas 2016!

End of year party

Zo aan het einde van het schooljaar houden ze een eindejaarsfeest. Iedereen uit de klas neemt een schaal mee met eten en ook wat drinken. En natuurlijk trek je dan je party outfit aan. Dus ik zei: “Mama zal even je nette ruitjes blouse strijken voor morgen en trek je daarbij je nette zwarte schoenen aan?”

Nou daar zat ik echt totaal fout mee.

Het (bijna ontplofte van verbazing) antwoord was: “Ben je helemaal gek geworden?! Het is een end of year party! Dan ga je niet netjes. Het is geen formele gelegenheid! Geen awards uitreiking, maar een party. Dat betekent, mama, dat ik dan mijn zwarte Metallica shirt draag met een gescheurde spijkerbroek en trainers. Zo doen we dat. We are guys, mama, and we ROCK! YEAH!”

Rekenles

Soms zijn die rekenlessen ook zo saai. Niet alleen om te geven, maar vooral om de sommen te maken. Allerlei foefjes heb ik er al opzitten. Van vlotten bouwen tijdens het sommen doen, de sommen springen tot gewoon met pasta en blokjes rekenen. Maar sommige dagen is er gewoon geen puf om saai te rekenen. Zeker niet als buiten de zon schijnt, de lucht helderblauw is en het zwembad 20 stappen verder om de hoek ligt.

Toch nog maar een vraag proberen over de tafel van 2. “Hoeveel poten hebben 8 kippen? En hoe reken je dat uit?”

Het antwoord was zeer verrassend. “Nou dat hangt ervan af. De informatie over de kippen is niet compleet. We weten niet of ze klem hebben gezeten met hun poten. Waar en hoe. Misschien missen ze een poot, of een halve poot, of hebben ze anderhalve poot of helemaal geen. Zijn ze nog levend of zijn ze geslacht. Bij AH verkopen ze kip met 3 poten in een zak. Dat staat op de verpakking wist je dat? We weten niks over deze somkippen. Niks over alle 8. Dus je kan het antwoord niet geven.”

“Ja, ok ik begrijp wat je denkt. Maar stel nou dat….”

“Ja dat kan wel. Maar dan weet je nog niks. Je kunt je van alles voorstellen. Daarmee kan je niet rekenen. Maar als je weet dat die kippen alle 8, ieder 2 poten hebben dan is het antwoord 16. 2×8, Dat snap je toch wel? Mag ik dan nu zwemmen?”

Kinderlogica over een rok

Rok of…

Ik loop in een zwierige, bloemige, lange rok…

Als de wind waait, wappert mijn rok…

Als ik de trap afdaal, ruist mijn rok achter me aan…

Heerlijk dat gevoel. Dat bohemian gevoel. Dat dromerige.

Tot ineens….er keihard geroepen wordt:

“Mama! Wat gaaf! Die rok van je. Als het ooit weer oorlog wordt, kan je er gordijnen van maken! Goede zet van je mama!”

 

Later als we groter zijn, of nu?

Worden

Wat wil je later worden? Is een veel gestelde vraag van volwassenen aan kinderen. Dat begint vaak al op de peuter of kleuterleeftijd. Ik wilde als kleuter naast brandweervrouw ook ballerina, kapster, juf en professor in een witte jas met zwarte bril worden.

Kapster zette ik gauw opzij. Ik was 4 jaar en had de haren van mijn opa geknipt. Dat hij dat toeliet vind ik nu nog ongelooflijk moedig. Want nadat ik klaar was, had hij overal plukken haar op zijn hoofd met ook overal kale plekken.

Tegen de tijd dat ik bijna 5 jaar oud was, wist ik het zeker; ik wilde mama worden en in IndonesiĆ« gaan wonen. Dat vertelde ik iedereen. Later als ik groter ben….Toen ik negen was, wist ik zeker dat ik Rechter zou worden en zo niet dan werd het Psycholoog. Mijn gedachten over welk beroep ik zou uitoefenen wisselden tot ik afgestudeerd was als bestuurskundige.

“Alleen maar mama”

Ik weet nog goed dat mijn mentor mij feliciteerde met het behalen van mijn Bachelor titel en vroeg: “Wat ga je nu worden?” Dat was net zo’n vraag als toen ik 4 was, wat wil je worden, wat ga je doen als je groot bent. Ik zei: “Ik ga op vakantie. Ik wil trouwen en mama worden. Voor de rest gewoon een leuke baan en wat ik ga doen als beroep dat zie ik wel wat er op mijn pad komt.”

De man viel bijna van zijn stok af, want zo zei hij, het was toch onmogelijk dat ik ‘alleen maar’ moeder wilde worden na een complete studie te hebben gedaan. Dan had ik immers niet hoeven te studeren als ik dit alleen maar wilde!

Wat wil je worden? Staan we er wel bij stil wat die vraag voor effect heeft? Wat leren we onze kinderen? Dat ze iets of iemand moeten worden. Dat ze iets moeten bereiken. Dat het leven anders niet waardevol is. Dat je als je gestudeerd hebt je ook carriere moet maken, dat je het dan pas ver geschopt hebt. Dat het pas zo is als je het grote geld binnen haalt. Een status hebt waar iedereen tegenop kijkt. En wanneer je niet die ambitie hebt, je ook niet hoeft te studeren. Dat je studie alleen nodig is om wat of iemand (anders) te worden?

Wat zeggen we daarmee? Wat zegt dat over de verwachtingen die we hebben van onze kinderen, van hun toekomst en van de toekomst van onze wereld? Bovenal wat zegt dat over ons? Over onze eigen verwachtingen van ons leven? Hoe staan wij in het leven en wat geven we daarvan door?

Begrepen

Begrijp me niet verkeerd. Ik ben heel erg voor om je talenten te benutten en jezelf uit te dagen. Om keihard te werken en door te gaan. Om niet op te geven. Ik geloof ook dat als je iets wilt doen, het je ook gaat lukken of je een manier vindt. En ik vind zeker dat als je de kans hebt, je moet studeren. Om jezelf te ontwikkelen en je kansen in de wereld te vergroten. Maar dat kan op veel verschillende manieren.

Hoe jong mijn kerels ook waren ze hadden het beter begrepen dan toen ik 5 jaar was. Een paar jaren geleden namelijk kreeg mijn jongste ook de vraag: “Wat wil je later worden? Zeker politieman of brandweerman?”

Zijn antwoord was heel treffend: “Ik ga gewoon studeren waar ik goed in ben en gewoon werken. Ik blijf mezelf. Ik hoef niet ‘iets’ te worden, want ik ben al iemand.” De mevrouw die de vraag had gesteld, hield haar mond mooi open van verbazing. Mijn oudste vroeg haar direct:

“En trouwens mevrouw…..wat wilt u later worden?”

Van dinobakster tot frikandellenbakster

Koken

Koken is niet mijn allerbeste talent. Ik kan best wat koken. Water, rijst, groenten….een eitje is al wat ingewikkelder. Want hoeveel minuten moet het nou koken, en tel je vanaf dat het water kookt of vanaf dat de eieren in de pan gaan. Als je dan de eieren in de pan doet, gaan er standaard een paar direct stuk.

Roerbakken is dan toch wel mijn favoriete manier van koken. Olie erin, knoflook, uitje, hier moet je oppassen dat je niet te veel olie hebt. Het vuur niet te hoog staat, want anders is alles aangebrand. Hop, groenten erin en roeren maar. Het heet ook roerbakken, dus roeren moet je ook doen, dacht ik zo. In mijn begin 20 en 30er jaren ging dat roeren wat wilder en vloog alles vaak de pan uit. Er lag meer naast de pan en zelfs op de grond dan dat er in de pan zat.

Pannenkoeken bakken kan ik wel als de beste met twee pannen. Van die hele dunne, heerlijk. En cake bakken dat gaat ook heel goed. Of een quiche maken en lasagne. Dat is allemaal zo makkelijk. Behalve bij de pannenkoeken, is het gewoon alles in een kom gooien, roeren, in een vorm gieten en in de oven bakken. Klaar!

En gewoon pasta koken is ook vrij makkelijk. Mijn jongste zei al: “Mijn mama kan goed koken. Het lekkerste wat ze maakt is pasta met kaas erover en cherry tomaatjes.” Blij dat mijn kookkunsten gewaardeerd worden.

Dinovlees

Slavinken zijn ook zo’n moeilijkheid. Die moeten volgens de aanwijzingen op de verpakking ongeveer 20 minuten garen. Twintig minuten! De buitenkant is tegen die tijd pikzwart en de binnenkant nog super rood. Daar had ik wel een oplossing voor…hakken….Gewoon hakken in de pan. Hoppa in stukjes en roerbakken maar. Niks 20 minuten, 10 waren ook goed en niet aangebrand. Goede oplossing. Ik dacht als je het eet dan blijft het toch ook niet heel?

Een tijd geleden had ik beeflapjes. Daar stond op a la minute. En op de aanwijzingen stond 2 minuten bakken. Ik dacht 2 minuten dat kan niet. Vlees moet goed gaar zijn. Echt goed gaar. Dat wordt het niet in 2 minuten. Dus ik bakte ze in 8 minuten bruin. Op het moment dat we een hap namen, hoorde ik ineens: “Zo hallo! Mama! Eten we vandaag dinovlees ofzo? Dit ding is keihard. Het lijkt wel 300 miljoen jaar oud!” Zucht…vandaar dat het a la minute heet.

Blikvoer

De volgende dag dacht ik: laat ik dan maar corned beef uit blik klaar maken. Dat vond ik als kind altijd zo lekker. En wat kan er nou mis gaan? De kinderen zagen mij het klaar maken en na de dinovlees ervaring van de vorige dag waren ze extra alert geworden. Dus ik was nog niet eens begonnen of ik hoorde: “Mama! Nee toch dat meen je niet? Eten we vandaag kattenvoer uit blik?”

Uiteindelijk de dag daarna heb ik maar frikandellen gebakken met frietjes. Gelukkig ging dat wel goed en viel dat ook nog eens in de smaak! En het compliment was: “Mama! Je bent de beste frikandellenbakster van de wereld!”

(Ik moet nu alleen een andere specialiteit vinden, want frikandellen zijn hier in Kuala Lumpur (nog) niet te krijgen)