Hoe krijg je je kind aan de groenten?

Ik had een heerlijke ovenschotel gemaakt. En mijn zoon riep al dat het er geweldig en lekker uit zag zo in de oven. Dus ik in mijn enthousiasme: “Ja ziet er goed he? Wil je weten wat erin zit?”

Het antwoord was luid en vooral duidelijk: “Nee mama. Nu niet. Kan je daarmee even wachten tot we het op hebben? Anders lusten we het niet meer en is al je werk voor niks geweest!”

Slimme jongen. Soms moeten moeders beter luisteren naar hun kinderen dan eten ze meer en vooral meer (groenten) vitamientjes. Want de ovenschotel zat vol met:

Babyspinazie, broccoli, rode uien, knoflook, pasta, kaas, gehakt, bio tomatensaus, basilicum en ham. Als ze dat hadden geweten, hadden ze inderdaad niet willen eten.

  • 300 gram gehakt
  • 2 kleine rode uien
  • 3 teentjes knoflook
  • 400 gram babyspinazie
  • 1 grote broccoli
  • 200 gram kaas
  • 1 pot bio tomatensaus, met basislicum erdoor
  • Paar plakken ham
  • 400 gram pasta

Gehakt met knoflook en uitjes gaar bakken. Van het vuur halen en de tomatensaus erdoor roeren. De broccoli en de babyspinazie in 3 minuten beetgaar roerbakken. De pasta gaar koken. Alles in een met olijfolie ingevette (rechthoekige) ovenschaal doen. Beetje door elkaar roeren. Ham in kleine reepjes erbij doen. Kaas in kleine stukjes erdoor of je kan ook pastakaas gebruiken als je dat lekkerder vindt. De bovenste laag bedekken met een flinke laag kaas. (200 gram is dus een schatting, je kan zelf meer of minder kaas doen)

Ongeveer 25 minuten in de voorverwarmde oven op 180 graden Celsius. En…..smikkelen maar. Je kan er eventueel nog een extra salade bij maken of wat het ook altijd goed doet hier zijn komkommertjes, reepjes paprika en cherry tomaatjes in een bakje om extra te knabbelen. Eet smakelijk!

Kinderlogica over een rok

Rok of…

Ik loop in een zwierige, bloemige, lange rok…

Als de wind waait, wappert mijn rok…

Als ik de trap afdaal, ruist mijn rok achter me aan…

Heerlijk dat gevoel. Dat bohemian gevoel. Dat dromerige.

Tot ineens….er keihard geroepen wordt:

“Mama! Wat gaaf! Die rok van je. Als het ooit weer oorlog wordt, kan je er gordijnen van maken! Goede zet van je mama!”

 

Later als we groter zijn, of nu?

Worden

Wat wil je later worden? Is een veel gestelde vraag van volwassenen aan kinderen. Dat begint vaak al op de peuter of kleuterleeftijd. Ik wilde als kleuter naast brandweervrouw ook ballerina, kapster, juf en professor in een witte jas met zwarte bril worden.

Kapster zette ik gauw opzij. Ik was 4 jaar en had de haren van mijn opa geknipt. Dat hij dat toeliet vind ik nu nog ongelooflijk moedig. Want nadat ik klaar was, had hij overal plukken haar op zijn hoofd met ook overal kale plekken.

Tegen de tijd dat ik bijna 5 jaar oud was, wist ik het zeker; ik wilde mama worden en in Indonesië gaan wonen. Dat vertelde ik iedereen. Later als ik groter ben….Toen ik negen was, wist ik zeker dat ik Rechter zou worden en zo niet dan werd het Psycholoog. Mijn gedachten over welk beroep ik zou uitoefenen wisselden tot ik afgestudeerd was als bestuurskundige.

“Alleen maar mama”

Ik weet nog goed dat mijn mentor mij feliciteerde met het behalen van mijn Bachelor titel en vroeg: “Wat ga je nu worden?” Dat was net zo’n vraag als toen ik 4 was, wat wil je worden, wat ga je doen als je groot bent. Ik zei: “Ik ga op vakantie. Ik wil trouwen en mama worden. Voor de rest gewoon een leuke baan en wat ik ga doen als beroep dat zie ik wel wat er op mijn pad komt.”

De man viel bijna van zijn stok af, want zo zei hij, het was toch onmogelijk dat ik ‘alleen maar’ moeder wilde worden na een complete studie te hebben gedaan. Dan had ik immers niet hoeven te studeren als ik dit alleen maar wilde!

Wat wil je worden? Staan we er wel bij stil wat die vraag voor effect heeft? Wat leren we onze kinderen? Dat ze iets of iemand moeten worden. Dat ze iets moeten bereiken. Dat het leven anders niet waardevol is. Dat je als je gestudeerd hebt je ook carriere moet maken, dat je het dan pas ver geschopt hebt. Dat het pas zo is als je het grote geld binnen haalt. Een status hebt waar iedereen tegenop kijkt. En wanneer je niet die ambitie hebt, je ook niet hoeft te studeren. Dat je studie alleen nodig is om wat of iemand (anders) te worden?

Wat zeggen we daarmee? Wat zegt dat over de verwachtingen die we hebben van onze kinderen, van hun toekomst en van de toekomst van onze wereld? Bovenal wat zegt dat over ons? Over onze eigen verwachtingen van ons leven? Hoe staan wij in het leven en wat geven we daarvan door?

Begrepen

Begrijp me niet verkeerd. Ik ben heel erg voor om je talenten te benutten en jezelf uit te dagen. Om keihard te werken en door te gaan. Om niet op te geven. Ik geloof ook dat als je iets wilt doen, het je ook gaat lukken of je een manier vindt. En ik vind zeker dat als je de kans hebt, je moet studeren. Om jezelf te ontwikkelen en je kansen in de wereld te vergroten. Maar dat kan op veel verschillende manieren.

Hoe jong mijn kerels ook waren ze hadden het beter begrepen dan toen ik 5 jaar was. Een paar jaren geleden namelijk kreeg mijn jongste ook de vraag: “Wat wil je later worden? Zeker politieman of brandweerman?”

Zijn antwoord was heel treffend: “Ik ga gewoon studeren waar ik goed in ben en gewoon werken. Ik blijf mezelf. Ik hoef niet ‘iets’ te worden, want ik ben al iemand.” De mevrouw die de vraag had gesteld, hield haar mond mooi open van verbazing. Mijn oudste vroeg haar direct:

“En trouwens mevrouw…..wat wilt u later worden?”