To mop or not to mop…

De eerste

Onze eerste maid was aardig en ze deed haar werk best goed. Ze had zelfs toen ze net begon haar eigen mop meegenomen. Ja ach, later kwam ze weleens te laat. En soms moest ik wat meer aanwijzingen geven hoe schoon het echt moest zijn, maar dat gaf niet. Toen zei ze van de een op andere dag dat ze niet meer kwam. Ze ging een warung (eethuisje) beginnen. Heel leuk voor haar, iets minder voor ons. Ze had voor ons al een vervangster gevonden met ingang van volgende week, dus de volgende keer. Ik was even overrompeld, want wilden we wel een vervangster, en zo ja wie dan? Ze had al zo haar best gedaan iemand te vinden, dus ik dacht laten we het maar proberen.

En de volgende week stond haar moeder voor de deur. Die ging gelijk stevig aan de slag en maakte als een dolle mina schoon. Brandschoon. Blinkend schoon. Geweldig! Ze gaf er ook commentaar bij dat haar dochter beter die warung kon beginnen, want goed schoonmaken kon ze niet. Dat was wel te zien aan hoe vies het huis was en aan de hoeveelheid stof die er op de plinten lag. Nee, deze mama deed het vele malen beter. Er moest een nieuwe mop komen en alles werd ook opgeruimd. (eh… ik had toch al opgeruimd op mijn manier) In elk geval waren we in het begin dik tevreden.

De tweede

Daarna ging het elke keer een beetje minder. Dan was 1 douche niet gedaan. Of een wc, ze sloeg het stoffen over, het fornuis was nog vies of het stof lag allemaal  onder het bed geveegd. Er was elke keer wel wat anders dat niet goed of niet volledig of helemaal niet gedaan was. Daarnaast kwam ze ook nog vaak te laat of ze was  “vergeten” te komen.

Ze deed alsof ze geen Engels verstond of sprak. Ze sprak Indonesich-Maleis tegen mij. En verwachtte ook dat ik dat tegen haar sprak. Maar wanneer mijn man met haar in het Engels sprak, wist ze heel goed te antwoorden! En begreep ze wel waar het overging. Om micommunicaties te vermijden hield ik het bij het Engels met een Indonesisch woord ter aanvulling. Maar jeetje, ze reageerde gewoon niet als ik iets zei. Niks. Geen antwoord of amper een antwoord. Wanneer ze wegging zei ze tegen mij alleen: “Text la. Next la. When la. Time la. Bye la.” En foetsie was ze.

Rum

Nu noemde ze zichzelf Rum, een afkorting van haar voornaam. Wat je uitsprak als R-oe-m. Maar het zit niet in mijn Nederlandse taal-systeem om de u als oe uit te spreken. Dus ik had daar veel moeite mee en noemde haar gewoon rum. Wat ik dan gauw corrigeerde in ehhh….roem roem. Elke keer als ik haar naam zei dan dacht ik aan een fles rum. Die ik wellicht nodig had na afloop als ze was geweest of die zij misschien had verorbert, spookte het weleens door mijn hoofd.

Dat arme mens was al op leeftijd en misschien was dit werk haar gewoon te zwaar. Heeft ze geen keuze en moet ze wel werken voor het inkomen. Ik had met haar te doen. Dus uiteindelijk zei ik zo min mogelijk als het niet helemaal af was. Dan maakte ik dus als ze was geweest zelf hier en daar nog een keer schoon!

Relax

Een keer had ze een badkamer overgeslagen en we vroegen haar heel Hollands waarom ze dat niet had gedaan. Want ook heel Hollands gedacht; als je de reden achter iets weet, kan je er begrip voor opbrengen. Het is alleen hier veel te direct en dat legt men vaak uit als grof en onbeleefd. Dus het antwoord was ook geheel afgestemd op de vraag. Waar wij dachten een excuus te krijgen of een eenvoudig “Sorry, vergeten ik zal het nu wel doen”, kregen we dit: “Ya, today Satday la. Is my relax day. So Rum not working all. La.”

In de maand van het jaarlijkse vasten, belde ze rustig op om mede te delen dat ze tijdens deze maand om de dag werkte. En dus kwam ze niet twee keer per week, maar alleen maar een ochtend. Ze deed niet alles, maar alleen de vloeren en de badkamers de ene keer wel en de andere keer niet.

Mop

Dit pakte ik dus verkeerd aan. Ik was natuurlijk veel te soft. En hield enorm rekening met haar en de tijden dat zij kon werken. En dan gebeurt er zoiets als dit: ineens hoorde ik uit de gang een geroep.  “Mem! Two mop broken. Phienis la. I mop phienis la. You bye. You bye bye mop phienis la. See you sabday.”

Ik: “What? I don’t understand. You were mopping the floor and had to go to the washroom? Why do you say bye. You still have left one hour of work?” Ik dacht dat ze zei dat ze moest piesen tijdens het moppen. En hoezo zei ze al dag.

“No mem, I mop pinies la, broken. Two la. You buy. Next sabday new la. Ok you buy this week. You buy! Bye” Krijg nou wat! Ze gaf mij opdracht om een nieuwe mop voor zaterdag te kopen.

“So you come on Saturday?” Vroeg ik haar. Waarop ze als gewoonlijk antwoordde: “You text me la.” Oh nee dacht ik, nu niet. Mijn weinige geduld begon aardig op te raken. Dus ik zei: “No, can you come or not, Saturday 8 o’clock?”

“Oh you mean Monday la? Oh Sunday la. You text me la.” Riep ze vrolijk. Oh nee, adem in, adem uit. Zucht. “No Rum, I mean Saturday 8, yes or no?” zei ik nu toch wat ongeduldig.

“Ah, mem, Sunday or Monday la?” (Niet boos worden. Lief blijven lachen. Kalm blijven. Ademen) “No Sunday, no Monday, Saturday 8 yes.” zei ik in heel simpel Engels. En ze reageerde lachoniek: “Oh….mem Saturday 9 la. Can. Bye”

Nu maar afwachten of ze komt op de juiste dag, de juiste tijd en niet alle drie de dagen.

Advertenties

Hitte of kou aan de andere kant van de wereld

Kou

In de tijd dat we nog in Nederland woonden, gingen we altijd op de fiets of lopend naar school. Door de regen, wind of sneeuw dat maakte niet uit. Gewapend met regenkleding of dekens achterop de fiets. En dat was niet altijd leuk. Dus had ik het volgende bedacht. Als we dan door de natte kou heen moesten riep ik altijd tegen de kerels: “Beeld je in dat je op een tropisch eiland bent. Liggend op een wit strand. Onder een wuifende palmboom. In de hete, brandende zon. Houd wel je ogen open. Voel de hitte. Voel de zon. Hoor de zee ruisen. Zie de blauwe lucht.” En dat ging zo nog wel even door. Menig persoon die we tegenkwamen, keek mij raar aan. Mijn stem is immers niet zacht. En ik zong bijna alles wat ik zei. Het fietsen ging zo een stuk sneller. Tegen de tijd dat ik klaar was met mijn  gepraat over tropische eilanden en hete zomerluchten waren we al bij school. Dan zeiden de kerels altijd: “Nou, mama iedereen is verkleumd en door en door nat, maar wij hebben tenminste de echte hitte gevoeld.”

Hitte

Ok, dat was de ingebeelde hitte in Nederland. We hadden toen nog niet kunnen bedenken dat we nu echte tropische hitte mogen ervaren. De hitte hier in Kuala Lumpur is ondraaglijk soms. Zeker de laatste twee jaren. Sommige thermometers geven vaak 35 of 37 graden aan. De weer app gaat nooit hoger dan 30 voor zover ik in de drie jaren hier heb gezien. Ik stel voor dat de mensen hierachter eens bij ons in de tuin komen meten. Want het is minimaal 40 graden vaak en dan wel in de schaduw. Ik kom hier niet mee weg met mijn verhaaltje over ingebeelde hitte op een wit strand. We verlangen hier vaak naar kou. En dan wel de echte frisse, koele lucht.

We liepen een keer van school naar huis. Op weer zo’n vreselijk hete en vochtige middag. Met strakblauwe lucht. (Waar zijn toch de wolken als je ze nodig hebt?) En een felle, brandende zon. Je ziet dus ook bijna niemand lopend. Of lopend zonder plu. Want de plu wordt hier gebruikt om zowel de regen tegen te houden als de zon. Dus iedereen die lopend is, heeft zo’n ding mee. Iedereen, behalve…..ja precies….ik en wij. Het zit niet in mijn natuur der gewoonte om bij een strakblauwe hemel middenin de zomer een plu mee te nemen als ik naar buiten ga. En dus smelten we weg. Dragen we de tassen boven onze hoofden tegen de zon of lopen we zo dicht mogelijk langs de tuinrotsen van ons complex in de schaduw. Maar zelfs in de schaduw smelten we nog weg. Als we geluk hebben staat er wat wind of een harde wind. Dat scheelt een beetje. Jammer dan weer dat die wind net een lauwwarme haardroger blaast, maar ok, beter dat dan geen wind.

Noordpool 

Nee, met mijn mooie tropische ingebeelde witte stranden in de brandende zon zouden we het alleen nog maar warmer krijgen. Niet zo’n goed idee, dus ik zei aan de kerels: “Denk aan de Noordpool! Aan al dat vreselijk koude ijs. Aan ijsbergen. Aan de ijskoude bevroren zee. Aan sneeuw. Aan een sneeuwstorm. Voelen jullie die koude wind?”

“Nee, mama, dat is het slechtste idee ooit. Echt kun je nou niks beters bedenken dan dit?!!”, riepen ze uit: “Als we daaraan denken krijgen we het stikheet echt vreselijk smoorheet! Want er zit op de Noordpool een ijsbeer achter ons aan en dus moeten we keihard rennen voor ons leven. Daarom krijgen we het nu ook nog stik-heter! Je wordt bedankt mama!”

Weer die taal!

 

Geleerd

Het lijkt wel wanneer je een keer een miscommunicatie hebt gehad, het je achtervolgt. Wellicht ga je er meer opletten. En zeker op de manier hoe je spreekt en welke gebaren je maakt. Onze airco was weer stuk. Van de vorige keer toen de monteurs kwamen, had ik geleerd om niks te zeggen of te vragen. Zeker niet erbij te gaan staan. (Zie ook mijn vorige blog bericht) Dus nu moest het wel goed gaan, ik wist me immers te gedragen naar gelang de cultuur van de monteurs het toeliet. In mijn geval geldt dan vooral NIET mijzelf zijn.

Chinees opaatje

Ok. De guard belt aan. De monteur is er. Goed. Laat maar binnen. Ik sta paraat. Ik open de deur en zie….een heel klein oud, mager Chinees opaatje. Ok. Ik kijk nog even over hem heen om zeker te zijn dat er niet toch een troep andere monteurs mee zijn gekomen waarvan deze oude opa de opzichter is. Niks. Ik staar een lege hal in. De ladder die hij meenam was nog net te dragen door hem. Weliswaar drie keren langer dan hij, maar ja ik ging nu toch echt niet de ladder voor hem dragen. Dat zou hoogst ongepast zijn. En om elke miscommunicatie te voorkomen, hield ik mij maar een beetje op de achtergrond. Wat moest ik hier nou weer mee? Ik had me hier niet op ingesteld.

Praatgraag

Hij komt binnen en roept iets over het prachtige lichtval, de witte gordijnen, het uitzicht op de bergen en vraagt wat eraan de hand is met welke airco. Alles wat hij zegt is in heel gebrekkig Engels. Bestaat eigenlijk alleen uit een paar kreten waaruit ik kan opmaken wat hij zegt. Zoiets als: “Light, good. Curtain white, good, mountain high.” Om in het Brits Engels tegen hem te praten zal daarom ook geen enkele nut hebben. Dus ik begin me maar aan te passen en zeg over de airco iets als: “This. Not cold. No cold. There no air. No blow. Ok. You fix. Good.” Hij geeft een gegniffel als antwoord en kijkt naar het display van de bewuste airco.

U turn

Ik denk dat zal dan wel en blijf er maar en beetje bij staan. Verwacht eigenlijk dat hij op de ladder klimt en het rooster aan het plafond opent om te kijken wat er aan de hand is. Niks van dat alles. Hij blijft maar kijken op dat display. Zet de airco aan. Loopt naar het rooster. Staat eronder. En roept: “Ha cold.” Gaat weer naar het display. Kijkt er weer naar. Ik vraag me serieus af wat hij daar toch denkt te zien. Loopt naar het rooster er tegenover en zegt: “Ha no cold.” (even voor de duidelijkheid, dit is een ingebouwde airco waarbij de koele lucht uit het plafond komt door twee roosters die tegenover elkaar bevestigd zijn)

Ik haak in op wat hij zegt en zeg in zo simpel Engels als maar mogelijk:  “Yes, you see that’s the problem. There is coming no cold out the airco.” En hij begint te giechelen. Ik sta hem toch aan te kijken met grote ogen en onbegrip. En hij giechelt nog eens. En zegt: “Madam, you turn. Airco you turn. Airco not not cold. Airco is cold. But you turn.”

“What!!!?” roep ik ongeduldig uit, “Me turn? I’m not turning and will not be turning. Can you fix it or not?” En hij begint nu zijn handen erbij te gebruiken, zwaait in de lucht en zegt: “No, no, no, no, Madam. You stand. Airco you turn. You stand. Cool air here. No air there.” Echt serieus ik begrijp er niks van en begin toch aardig ongeduldig te worden. De ladder is nog ingeklapt en hij kijkt alleen op het display en zwaait wat in de rondte. Nu komt het.

Hij gaat onder een rooster staan en zwaait ernaar van boven naar beneden. En roept: “Here Madam, cool air. Then air move ya. To here.” En rent 5 meter door zijn knieën achter zijn handen aan naar het andere rooster. Gaat vanuit zijn knieën in een vloeiende beweging naar boven met zijn handen wijzend naar het rooster aan het plafond. En roept: “Cool air here in. You stand. Airco you turn. No air here out. Air in. No air.” Rent weer terug naar het eerste rooster, ditmaal op zijn tenen met zijn handen vooruit wijzend. En roept: “Here air out. Then you turn en woesjjjjj air in there (wijzend naar het andere rooster) You stand madam?”

 

18+

Wat moest ik hier nou mee? En zei maar: “Yes I’m still standing, not sitting and for sure not turning, but I really don’t understand what you are telling me. Are you fixing it today or not?” Inmiddels waren we toch al een 30 minuten verder met deze act dacht ik zo. Toen vroeg hij een stukje papier en tekende er een hele grote U op het papier met links en rechtsboven daarvan de roosters.

Hij bedoelde dat de koele lucht uit de airco een soort U-turn maakte van het ene rooster naar het andere. Dus er hoorde ook geen koele lucht te komen uit het andere rooster. Want immers daar werd de koele lucht weer opgezogen. Circulatie van de lucht dus. Eindelijk viel die rijksdaaler bij mij. U turn en niet you turn!

De oude man glunderde van trots dat hij het uit kon leggen en giechelde vast om mijn langzame gevatheid. Hij zei al giechelend: “Yes, now madam stand. Airco you turn. No cold air here. Cold air there.” (stand staat dus voor understand en niet voor standing. You turn voor U-turn) “Yes, zei ik, I understand now what you mean. An U-turn not me-turn. Me stand. Airco turn. Me stand still.”

En ineens als uit het niets in perfect Engels met een Brits accent riep hij: “Yes, madam! How old are you? 18+ I think?”

(Ik heb hem heel gauw doch vriendelijk de deur uitgezet)

Miscommunicatie door de taal of de cultuur?

 

Dezelfde taal

Dat taal heel belangrijk is om (goed) te kunnen communiceren is vrij logisch. Om elkaar echt goed te kunnen begrijpen is het dan ook wel handig om dezelfde taal te spreken. Om eventuele miscommunicaties te voorkomen. Aangezien ik vrij goed Engels spreek en best kan begrijpen wat men zegt in het Maleis, zou je denken dat in Kuala Lumpur, waar men Maleis en Engels als voertaal gebruikt, ik nauwelijks tot geen miscommunicaties zal hebben. Het tegendeel is waar. Want als je weleens gereisd hebt, ook al is het in eigen land, dan weet je een beetje dat taal zeer nauw verbonden is met cultuur. En daar gaat het nou net mis, goed mis.

Kopje koffie glazenwasser?

In Assen was het vrij gebruikelijk om een kopje koffie aan te bieden als bijvoorbeeld de glazenwasser of de (verwarmings)monteur kwam. En vaak stond ik met mijn neus pal bovenop zijn werk. Meestal uit pure belangstelling, want deed die ketel het nou niet, omdat ik de verkeerde knop had gedrukt of doordat de software gewoon eruit lag. Bovendien had die arme man misschien hulp nodig.

Toen we net in KL (Kuala Lumpur) woonden was er iets stuk aan de airco in ons appartement. Er kwamen vier Indiase mannen. Voordat ze de deur door kwamen deden ze heel netjes hun schoenen uit. Dat vond ik nogal gevaarlijk. Want nu moesten ze de ladder op op hun blote voeten. En wat nou als ze een schroevendraaier lieten vallen recht door hun voet heen? Nou, dan had ik pas een echt probleem in plaats van alleen maar een stukke airco. Tjee….ik kreeg het bij die gedachte al Spaans benauwd. Ah fijn. De mannen wezen naar de airco met grote, vragende ogen. Ik helemaal uitleggen wat er was. Zij zeiden alleen maar: “Yes.” En klommen de ladder op. Vervolgens bleef ik uiteraard onderaan de ladder staan kijken en vragen: “Do you want something to drink? What is wrong with it? What are you doing? Do you need to cut off the power? Hello?”

Geen enkele reactie. Die mannen keken me niet eens aan! Jee, wat ongelooflijk onbeleefd zeg, dacht ik meteen. Na 20 minuten rommelen aan het plafond, sloten ze het weer, deden de airco aan en liepen weg. Ik liep al pratend mee: “Can you tell me what you did? Do I need to sign. Do you hear me?” Ze riepen zacht: “Bye.” En lieten de deur open.

Ok. Geen doorboorde voeten, geen ongelukken en geen kapotte airco meer. Toch zat me dat helemaal niet lekker. Ik begrijp best dat het niet overal zo gezellig hoeft te zijn als het was in Assen. Dit was toch wel het andere uiterste. Ik voelde me zelfs een beetje beledigd.

 

Cultuurschock

Na navragen bij mensen die hier al langer zitten en na gesproken te hebben met een paar locals kwam ik tot de ontdekking dat niet iedereen hier Engels spreekt of Maleis. En zeker de werkers niet. Die komen vaak uit India of uit Nepal zoals de mannen van de beveiliging. Zij spreken vaak helemaal geen Engels en/of Maleis, maar gewoon hun eigen taal. Of een variant daarvan of soms een mix met een andere taal.

De werkers die kwamen voor de airco, kwamen uit India en wel of niet praten met of tegen iemand heeft alles met hun cultuur te maken. Los van dat ze waarschijnlijk geen Engels spraken “mochten” deze mannen niet met mij praten. Ik behoor tot een andere kaste dan zij. (Ik wist niet eens dat ik was ingedeeld.) Daarnaast ben ik blank en zij niet. Ik kom uit het Westen en ben een expat vrouw. Ik ben rijk en zij arm. Ik ben een vrouw en zij zijn mannen. Dus wat ik onbeleefd noemde en waar ik mij beledigd voelde, waren zij juist super netjes en hadden zich keurig en beleefd aan de regels gehouden.

In dit geval was ik diegene die onbeleefd en beledigend te werk was gegaan! En dan kun je nog zo lekker jezelf zijn en dichtbij jezelf blijven, in een andere cultuur kan je daar soms maar beter even vanaf stappen om miscommunicaties te voorkomen!

In de kreukels of gladgestreken?

Strijken

Als ik iets niet heel goed kan dan is het strijken. Nee, dat zeg ik verkeerd. Ik kan wel goed strijken. Het heeft alleen vaak niet het gewenste gladde effect. Vreselijk mijn best doe ik om een kledingstuk, een simpel t-shirt, glad te strijken. Maar na een paar minuten zitten er ineens scherp gestreken vouwen in. Best wel knap dus.

Plooien in broeken is ook zo’n ding. Lopen de kerels ineens in (school)uniform shorts met voor en achter een dubbele plooi. Ook kunstig! Nou heb ik altijd gezegd: “Alles went, behalve een vent. Maar een echte vent, strijkt zijn eigen overhemd.” Dus geef mij dan dat ene overhemd maar. Strijk ik die wel. Mooi dus niet. Mijn vent strijkt zijn eigen overhemd en weigert mij het te laten doen… Ik heb namelijk 1 keer zijn overhemd gestreken en toen zaten er na het strijken in zijn, in Singapore op maat gemaakte baby blauwe, overhemd allemaal kleine haaltjes van de strijkijzer. Was het zo’n delicate katoen dat ik er dwars doorheen had gestreken!

Kreukels

Inmiddels na ruim 20 jaren oefenen kan ik een t-shirt redelijk glad strijken. Het duurt alleen nog wel wat lang naar mijn idee. Op een ochtend had ik voor de oudste enorm mijn best gedaan om zijn favoriete t-shirt te strijken. Immers hij ging naar een feestje en dan moet je er wel gestreken uitzien. Dat dacht ik tenminste. Maar dat dacht ik.

Ik (met jubelstem): “Hier, kijk eens, helemaal glad, gaaf, trek maar gauw aan.” En toen gebeurde er iets wat ik nog nooit had meegemaakt. Ik stond erbij en mijn mond viel open van verbazing. Want vlak voor mijn ogen deed hij dit: hij pakte het t-shirt aan en draaide het een paar keer in de lucht in de rondte. Kneedde er een bal van. Stompte flink op die t-shirt bal. Ging erop zitten. Draaide het nog eens in de rondte en riep (ook met jubelstem): “Zo mama, zo hoort het. Nu ziet het er pas cool uit. Dit heet MODE!”

Arm of rijk

Alles leuk en aardig. Ik ben blij dat hij dat nu doet en niet toen wij het nog met minder moesten redden. Ik zal je uitleggen waarom. Het is namelijk zo. Waneer je arm bent of minder hebt dan modaal of alleenstaande ouder bent, dan hebben velen een mening over je. Eigenlijk geen mening over je als persoon. Wel dat men beter weet hoe je moet leven. Lees hier maar; wat je met je geld moet doen. Dat je niet boodschappen kan doen bij een grote, kwalitatief goede supermarkt. Al helemaal niet dat je biologische producten kunt eten. Of dat je geen jas kan kopen bij een groot, luxe warenhuis. Of dat je kinderen toch zeker niet in leren schoenen kunnen lopen, want die zijn zo duur. En daar heb jij het geld niet voor. Uit ervaring, helaas, kan ik zo nog wel even doorgaan. Wat heeft dat nou te maken met gekreukte kleding of gladgestreken?

Als je het niet breed hebt dan let men dus extra op je. Dus ook op hoe je eruit ziet. Hoe je kinderen gekleed gaan. Overal op de wereld kom je dat tegen. Want hoe vaak hoor je wel niet iemand zeggen: “Oh, je kan wel zien dat ze geen geld hebben, gezien de slordige kleding.” Of: “Ja, het is duidelijk te zien aan zijn kleding dat hij arm is. Totaal uit de mode. En zo rommelig.” Misschien heb je jezelf ook weleens betrapt op zo’n gedachte.

Als je rijk bent, of meer inkomen hebt dan de middenmoot. Dan hoor je het tegenovergestelde. Loop je dan in een t-shirt wat wat gekreukt is, of met een klein gaatje of een vlekje, dan zijn de reacties vaak zo: “Oh, nou die is ondanks alles zo lekker eenvoudig gebleven. En zo normaal. Je kan wel zien dat ondanks dat hij geld heeft het niet naar zijn bol is gestegen.”

Mijn oudste had het dus goed aangevoeld om van zijn super gladgestreken t-shirt een bolletje kreuk-katoen te maken. Het scheelt mij weer in het strijken en daar ben ik reuzeblij mee! Waar ik ook reuzeblij mee ben en bovenal trots op, is dat ik toch al niks aantrok van wat anderen vinden van mijn kleding of hoe ik elke dag verschijn. En dat dus ook nu niet doe.

Liefde

Overal op de wereld, van Noord tot Zuid, van Oost tot West, of je nu in Europa of in Azië woont, kom je mensen tegen die alleen kijken  naar het uiterlijk, de eerste indruk en de sociale status van iemand. Helaas. Want als we nou eens de moeite namen om iemand echt te zien, dan wordt de wereld zoveel mooier. Dan zien we in de ander de mooie karaktereigenschappen. Een twinkeling in de ogen, een lach vanuit een goed hart en de kleuren van een regenboog in andermans ziel. Wellicht vinden we daarin ook een stukje van onszelf.

Want arm of rijk, lopend in een gekreukt shirt of super gladgestreken, we zijn allemaal met elkaar verbonden door de Liefde!


Pianospelen is iets anders dan autorijden

image

Start

Nou moet ik eerlijk zeggen dat ik veel verstand heb van autorijden. En dan vooral van het rijden zelf. Niet ik zelf. Maar hoe een ander zelf moet rijden. Al helemaal als ik in die auto zit. Ik hoor je denken: “Oh ben jij er zo 1!” Ja, watvoor een dat ook moge zijn. Elke auto die net gestart is, heeft zeker wel een paar seconden nodig om op weg te gaan. Geen enkele auto kan direct vanuit de start naar 200km per uur.

Bij pianospelen zou de start niet langzamer moeten zijn dan de rest van het muziekstuk. Immers je hebt je te houden aan de maat van de muziek. Daar heb je het eerste probleem al ontdekt; ik kan niet zo goed maat houden met de muziek. Ik speel op mijn gevoel. En als die zegt langzaam en zacht dan ga ik langzaam en zacht. En als ik voel dat het middenstuk keihard moet en sneller dan vlieg ik over de toetsen. Oh, dit klinkt belabberd. Nu kan ik je nooit meer overtuigen dat ik best wel goed piano kan spelen.

Eenmaal in beweging

Je trapt het pedaal in. Je gaat. Je vliegt. Je zweeft. Je hebt de wind in je haren. Van je open raam of je airco. Je gooit al je gevoel in de strijd. Je racet af en toe als het moment het toelaat. Heerlijk die vrijheid. En even is het alsof je in een andere wereld bent. Het verschil is wel dat er bij de piano niet ineens een andere piano om de hoek kan komen of iets ervoor kan springen waardoor je een ongeluk kunt krijgen. Ook zijn er geen dode hoeken en spiegels heb je dus niet nodig. Voor de rest is het gevoel en de beweging qua pedalen hetzelfde. Nu rijdt je vast in een automaat waar je niet hoeft te schakelen en dus een pedaal minder hebt dan mijn piano.

Aan elke rit(me) komt een einde

Zodra je einddoel in zicht is, mevrouw Tomtom het aangeeft of je bladmuziek eindigt, is het remmen geblazen en parkeren. Ik eindig meestal spetterend met de muziek, zou dit niet doen met de auto! Heerlijk. Kom van de kruk af en schuif het weer aan. Dat is het parkeren.

Het verschil

Je hebt vast zelf al bedacht wat het verschil is tussen pianospelen en autorijden. Ook is het heel goed mogelijk dat je helemaal niet de overeenkomst ziet tussen het rijden en het pianospelen. Het zal vast mijn eigen gevoel en beleving zijn als er werkelijk niemand is die het ook zo ziet.

F1 racer 

Ik hoor je denken: “Het moet niet gekker worden.” Laat ik het dan maar zo zeggen. Voor mijn gevoel hebben autorijden en pianospelen aardig wat overeenkomsten. Nu trek je vast de conclusie dat ik piano speel als een F1 racer. Nou…niet helemaal, maar sommige dagen lijken totaal op het spelen van de piano en autorijden.

Je linkerhand moet racen om je rechterhand bij te houden. En je rechtervoet trapt het pedaal in als een F1 racer, in de auto of achter de piano. Het verschil is dit. Aan het einde ben je ergens belandt met de auto en met de piano sta je nog steeds op dezelfde plek als waar je begon.

Alleen….je hebt (mooie) muziek gemaakt en dat maakt alle verschil!

De betekenis van DahliaFaye en waarom mijn blog zo heet

image

Dahlia

De bloem Dahlia vind ik al mijn hele leven een prachtige bloem. Zodra ik een Dahlia zie dan word ik daar diep van binnen superblij van. Vreselijk verliefd. En keer op keer als ik ernaar kijk, geniet ik er weer van. De Dahlia heeft een symbolische betekenis. Het staat voor pracht en weelde en ook wel voor trots.

Faye

De naam Faye verwijst naar fee, het Engelse fairy. En die hebben iets magisch. Van tandenfee tot petermoe. Sprookjes. Fairytales. Betoverend. Je hele leven bij je blijvend. Ook is de naam afgeleid van het Engelse faith wat geloof en vertrouwen betekent.

DahliaFaye

Voeg al die betekenissen samen en je krijgt DahliaFaye. Pracht, weelde, trots, sprookjes, fee, geloof en vertrouwen. Elk van deze woorden zeggen iets over mij. Over hoe ik in het leven sta. En ook over mijn blog.

De pracht van het leven, de weelde ook als je geen geld hebt, maar gewoon de weelde die de wereld om je heen je geeft. De trots in mijn hart als ik besef hoe mooi de kleine dingen zijn, een glimlach, een “mama ik vind je lief”, als ik zie hoe mijn zonen groeien en ontwikkelen.

Dan de fee die altijd verbonden is met een sprookje. De magie en de liefde van sprookjes die je pakt als kind en die bij je blijft als volwassene. De magie die jou weet te vinden via het hart van een ander, via de liefde.

Als laatste het geloof en vertrouwen die als een gevlochten koord door mijn leven lopen. Of zoals mijn jongste zei: “Je moet eerst geloven dat iets kan. Dan gebeurt het ook. En daarna kan je erop vertrouwen.”

 Zo hoop ik met mijn blog te bereiken dat diegene die het leest iets mag ervaren van de liefde en passie waarmee het geschreven is. En zo ook geraakt mag worden door de mooie betekenis van de naam DahliaFaye.

Thuisblijfmoeder een volwaardige job?

 

Wat een vreselijk woord: thuisblijfmoeder. Wat betekent het eigenlijk? Een moeder die alleen maar thuis blijft? Ik weet niet wat ik me daarbij voor moet stellen en ik vraag me serieus af of er moeders zijn die hun huis echt niet uitkomen.

Laat ik zelf eens die vraag beantwoorden. Boodschappen doen kan vanuit huis, online. Dus daarvoor hoef je er niet uit. De kinderen zou je door iemand anders naar school kunnen laten brengen en weer laten ophalen. En als ze al groter zijn, kunnen ze zelf lopend, op de fiets of in ons geval met de chauffeur. Sporten en werken kan je ook thuis doen dus daarvoor hoef je er ook niet uit. Vriendinnen en vrienden kunnen bij jou thuiskomen of je kan ze ook gemakkelijk online ontmoeten.

Dus misschien blijf je als niet buitenshuis werkende moeder toch meer thuis dan ik in de eerste plaats dacht?

Ja,  dat is dan wel een hele letterlijke vertaling van het woord thuisblijfmoeder. Natuurlijk weet ik ook wel dat er mee bedoeld wordt dat je dan als moeder niet buitenhuis werkt. Of sommigen bedoelen dat je niet werkt. En juist daar rust een negatieve kijk op. Een vaak minderwaardige blik vanuit de maatschappij. Althans mijn eigen ervaring toen we nog in Nederland woonden.

Vooral de vragen of je je wel kunt ontwikkelen, of je niet weer aan het werk wilt, of je niet gek wordt van thuis zitten, of je vindt dat je het goede voorbeeld geeft door thuis te zitten, of je….. Vragen waarop ik in het begin keihard in de verdediging schoot. En vaak als antwoord gaf ik 1 van deze antwoorden: “Iedereen draagt op zijn eigen manier een steentje bij in de maatschappij.  Ik ontwikkel mij nog beter dan als ik zou werken, want ik kan mezelf volledig zijn en hoef niet mijzelf te ontwikkelen naar gelang mijn baas het goed vindt. Wat ik doe, doe ik met passie, vol overgave en met heel mijn wezen en liefde. Ik heb een baan met de meeste verantwoordelijkheid. Ik begeleid 2 kinderen die opgroeien en hopelijk uitgroeien tot goed gebalanceerde volwassen mannen. Vol respect en kracht. En die lever ik af aan de wereld. Zodat zij op hun beurt de wereld kunnen verbeteren of vernieuwen en in stand kunnen houden.” En vaak viel het dan stil met hooguit een zacht: “Oh…”

  

In de drie jaren dat we in Kuala Lumpur wonen, heb ik nog geen 1 keer een opmerking of vraag gehad hierover. Nog geen 1 keer heb ik moeten uitleggen wat ik doe. Want andere expats begrijpen vaak wel dat wat je doet nodig of noodzakelijk is. En er lijkt meer respect en begrip te zijn. Hier zou ik kunnen kiezen om de zorg volledig uit te besteden. Immers velen hebben een nanny en een maid. En toch kies ik daar niet voor. Ik ben ervan overtuigd dat niemand mijn kinderen beter kent dan ik en ze dus ook niet beter kan opvoeden en begeleiden. Ik hoop alleen dat er overal op de wereld, en dan vooral in het westen van de wereld, meer begrip en waardering komt voor het zorgen en opvoeden van kinderen.

Voor kinderen zorgen en het huishouden draaiende houden is werken. Want als je het niet zelf doet, kan je er iemand voor inhuren, betalen om dat te doen. En de prijzen voor kinderopvang en een huishoudster of in ons geval een nanny, een chauffeur, een meid, een kokkin en een tuinman zijn bij elkaar flinke bedragen per maand. 

Wanneer je er dus zoveel voor moet neerleggen zegt de maatschappij eigenlijk dat het Thuisblijfmoederschap een vooraanstaande, volwaardige job is met enorme verantwoordelijkheid. En niet anders!

image